18 augustus 2015

Waarom de sport stimuleren en beschermen?

Het EK Hockey in London van 21 tot en met 30 augustus belooft een spannend toernooi te worden met veel inzet.
Waarom de sport stimuleren en beschermen?
Acht herenteams en acht damesteams strijden om de Europese titel. De Nederlandse mannen starten op vrijdag 21 augustus om 17.15 uur met hun wedstrijd tegen de Spanjaarden. Het is duidelijk dat Nederland meedoet om de hoofdprijzen. Dat lijkt een vanzelfsprekendheid, maar dat is het niet. Daar komt het nodige bij kijken. De hockeysport moet namelijk - als alle andere sporten - gestimuleerd en beschermd worden met een goede strategie en bijbehorende woordvoering om tot resultaat te komen. Hoe de stimulatie en de bescherming moet plaatsvinden is een strategische keuze.


Hockey is al lange tijd een sterk groeiende sport in Nederland, met name in het vrouwen- en jeugdhockey als gevolg van de stimulans die de hockeybond heeft ontwikkeld in de afgelopen twintig jaar. In omvang staat hockey inmiddels op de vijfde plaats in Nederland met 265.000 leden. De verschillen in de top vijf zijn groot. De tweede sport van Nederland - tennis - heeft bijvoorbeeld meer dan tweemaal zoveel leden dan hockey. Maar de goede prestaties en de media-aandacht voor hockey doen veel mensen geloven dat hockey groter is dan tennis. De woordvoering over het beleid van de hockeybond was de afgelopen decennia onder ex-directeur Johan Wakkie uitstekend verzorgd.


Hockeyperspectief moet stimuleren
Het goede beeld van de hockeysport in Nederland wijst ook op het perspectief dat deze sport heeft. En dat verdient verder stimuleren en beschermen. Stimuleren van groei in deze sport en beschermen tegen risico’s die - bijvoorbeeld verdere groei - met zich meebrengt. De hockeybond lijkt een nieuwe stimulans nodig te hebben om verder te kunnen komen.


Wie het spektakel van de tophockeywedstrijden meemaakt - met de enorme inzet van speelsters en spelers op het veld, de fenomenale techniek en de snelheid van het spel - ziet daarin de basis voor een nieuwe stimulans voor de sport door zich te richten op veel meer publiek en profhockey. En al het enthousiasme van dien. De spelers en speelsters die dit realiseren verdienen meer status en meer aandacht. De hockeysport zou naar mijn idee een stimulans verdienen met een beleid van eerst de bond en dan de clubs gericht op (veel) meer publiek bij de topwedstrijden in de competitie en van de nationale teams. En vervolgens profstatus voor de top.


Een tweede stimulansstrategie ligt in de nu lopende ‘age quake’ waarin het aantal gepensioneerden gaat verdubbelen tot een kwart van de bevolking in de komende twintig tot dertig jaar. Dit biedt grote kansen op meer publiek bij reguliere wedstrijden in een prettige sfeer. Maar ook kansen voor nieuwe spelvormen en sociale activiteiten voor deze groep, mogelijk in combinatie met andere sporten.


"De mens is gemaakt om te bewegen. Alles wat hierop aansluit verdient stimulans en bescherming"


Waarom stimuleren?
Het stimuleren en beschermen van de sport is gebaseerd op een even helder als eenvoudig gegeven dat ik onlangs uit de mond van Ard Schenk hoorde op een bijeenkomst van Topsport Amsterdam: 'De mens is gemaakt om te bewegen'. Alles wat hierop aansluit verdient stimulans en bescherming. Van wandelen tot aan tophockey. Zeker als we in staat zijn om er zelfs enthousiasme mee op te wekken, vanwege de geweldige prestaties (winnen!) of de briljante actie op het veld.


De mens is gemaakt om te bewegen. Zo is het. En daarom krijgt alles wat met bewegen te maken heeft zoveel aanhang. Veel sporten kennen al enorme aantallen beoefenaren, al dan niet georganiseerd. De topsport is in feite het hoogste platform waarop wordt gevierd dat de mens gemaakt is om te bewegen.


Tegen deze achtergrond is het interessant dat er ook een groep mensen is die niets met sport en bewegen heeft en al helemaal geen stimulans nodig heeft, met voormalig staatsman Churchill als groot voorbeeld. Wat beweegt hen? Waarom niet stimuleren?


Waarom beschermen?
Het natuurlijke motief ‘De mens is gemaakt om te bewegen’ moet ruimte en aandacht krijgen en daarin is de bescherming van de sport evenzeer aan de orde. Bescherming tegen dopinggebruik, matchfixing, geldtekort, corruptie, fraude, misbruik, et cetera. Want al deze zojuist genoemde verschijnselen brengen het gevaar met zich dat teveel mensen zich afkeren van de sport. Met als consequentie dat mensen (nog) minder gaan bewegen.


"In de woordvoering vanuit de sport moet men zich realiseren dat stimuleren en beschermen de twee aspecten zijn die steeds moeten terugkeren"


De woordvoering
En als de keuze voor de wijze van stimuleren en van de bescherming van de sport is bepaald, komt het nog aan op systematische (en dus niet eenmalige) woordvoering daarover door de top van de bond. In de woordvoering vanuit de sport - door sportbestuurders, sporters zelf, trainers en beleidsmakers - moet men zich realiseren dat stimuleren en beschermen de twee aspecten zijn die steeds moeten terugkeren.
 
Stimuleren:
  • het hoogst haalbare ten doel stellen;
  • uitdagen;
  • enthousiasme vergroten.
Beschermen:
  • misstanden voorkomen;
  • voorbereid zijn op tegenslag;
  • ambitie.
Ik ben benieuwd of straks de woordvoering rond het EK Hockey illustreert hoe men de sport stimuleert en beschermt. En welke nieuwe strategie daarin is gekozen.


Paul Kok (1956) is strategy director bij Hill+Knowlton Strategies en leader van de sportpractice. Hij was onder meer in 2009 en 2010 communicatiemanager bij The HollandBelgium Bid, de kandidatuur van Nederland en Belgiƫ voor het WK voetbal in 2018.


Dit artikel is ook gepubliceerd op www.SportKnowhowXL.nl, partner van Hill+Knowlton Strategies