12 mei 2017

Van global village naar eigen economie eerst

Na de Brexit en de verkiezing van Donald Trump heerste onder de internationaal georiënteerde, relatief welvarende, hoogopgeleide bevolking even de angst dat de wereld getroffen zou worden door een ongekende golf van populisme en nationalisme. Maar nu de Nederlandse verkiezingen voorbij zijn en er gekoerst wordt op en keurig middenkabinet, en nu de gematigde Emmanuel Macron de Franse verkiezingen heeft gewonnen, is deze angst al weer op de achtergrond geraakt.

De vraag is alleen: komt dat doordat het populisme is verslagen, of doordat een deel van de opvattingen van populistische leiders langzaam maar zeker salonfähig zijn geworden?

 
Van global village naar eigen economie eerst
Macrons ruk naar rechts
Neem Macron. De door tout Europe omarmde Eurofiel haalde vorige week vrij plotseling fors uit naar diezelfde Europese Unie. “Ik wil de EU en het Europese project diepgaand hervormen. Als we dat niet doen dan volgt er een frexit”, aldus Macron tegeover de BBC. Het zal in Brussel heel wat wenkbrauwen hebben doen fronsen.
De erfenis van Fortuyn en Wilders
Terug naar Nederland, waar economisch nationalisme en een sterke overheid inmiddels in de afgelopen jaren uit het verdomhoekje zijn geraakt. En waar de opvattingen van Fortuyn en vooral ook Wilders, zij het in gematigde vorm, van links tot rechts gehoor vinden.
Kijken we wat verder terug in de geschiedenis, zeg begin jaren tachtig, dan zien we dat vanaf dat moment onder leiding van Ruud Lubbers liberalisering en internationalisme de norm werden. De Paarse kabinetten zetten deze lijn voort. Wim Kok gooide internationaal hoge ogen met zijn third way benadering. Van Tony Blair tot Gerhard Schröder en Bill Clinton – ze droegen Koks beleid op handen. De markt zou zijn werk doen, internationale samenwerking en liberalisering zou de koek voor iedereen groter maken. The sky was the limit.
Daarbij hoorde een bescheiden overheid. Een overheid die kaders stelde, maar verder vooral bedrijven liet doen wat ze moesten doen: bijdragen aan economische voorspoed waarvan iedereen zou profiteren. Open grenzen zouden daar bij helpen, en een sterke Europese markt.
Hoe anders is dat nu. Nota bene Lodewijk Asscher maakte het tot een van de speerpunten van zijn campagne om Nederlandse werknemers te beschermen tegen concurrentie met werknemers uit Oost-Europese landen. Twintig jaar geleden zou dit standpunt ondenkbaar zijn geweest binnen zijn partij – hij zou verketterd zijn. En de VVD, toch bij uitstek de partij van de internationale marktwerking, verdedigt bij monde van demissionair Minister Henk Kamp de verregaande bescherming van Nederlandse bedrijven tegen buitenlandse overnames.
Bijna onvermijdelijk dringt de vraag zich op of de populistische agenda, die met name in Europa (denk aan Le Pen, Wilders) economisch links met cultureel rechts combineert, niet al lang is doorgedrongen tot het politieke establishment. Maar dan zonder de typisch populistische retoriek, de pretentie om ‘heel het volk’ te vertegenwoordigen en de roep om een sterke, ongenaakbare leider.
Door een deel van de agenda van populisten in gematigde vorm over te nemen, wordt diezelfde populisten dus de wind uit de zeilen gehaald.
Misschien heeft de democratie wel meer zelfreinigend vermogen dan we dachten.

Voor meer informatie :