28 oktober 2005

Onderzoek Booz Allen Hamilton brengt positie CEO’s in kaart

Het tijdperk van de korte termijn CEO is definitief aangebroken

Het aantal topmanagers dat in 2004 gedwongen werd af te treden is hoger dan ooit tevoren. Dit concludeert management adviesbureau Booz Allen Hamilton in haar jaarlijkse onderzoek onder de 2.500 grootste, beursgenoteerde ondernemingen ter wereld.
Bijna eenderde van de 354 vertrekkende CEOs verliet gedwongen hun functie: een stijging van meer dan 300% sinds 1995. De belangrijkste reden om een topman de wacht aan te zeggen is noch een gebrek aan ethiek, noch onrechtmatig gedrag, maar simpelweg diens achterblijvende resultaten.


Booz Allen Hamilton bestudeert het internationale CEO verloop al sinds 1995. Daarbij worden zowel de prestaties van de onderneming alsook de context waarin het vertrek van de topman plaatsvond, geëvalueerd. Door de resultaten vervolgens te vergelijken met die van voorgaande jaren, brengt Booz Allen Hamilton ontwikkelingen en trends in de bezetting van de bestuurskamers van het internationale bedrijfsleven in kaart. Aan Hill & Knowlton, die de messaging- en mediastrategie voor Booz Allen Hamilton Nederland verzorgt, de taak om kwalitatieve artikelen in de media te genereren.


Topmanagers die er dus niet direct in slagen sterke resultaten te behalen, moeten steeds eerder hun spullen pakken. Zo worden ze gedwongen te balanceren tussen de korte termijn resultaten die nodig zijn om in functie te kunnen blijven en het realiseren van een lange termijn strategie gericht op de duurzame ontwikkeling van de onderneming.


Achterblijvende Europese topmanagers worden gemiddeld al na 2,5 jaar uit hun functie ontheven. Dat is op zijn minst opmerkelijk, omdat tegenwoordig drie tot vijf jaar nodig is om een succesvolle strategie te ontwikkelen en de eerste resultaten ervan te beoordelen. Vooral in Europa krijgen topmannen die tijd van hun toezichthouders vaak niet. Dit ontmoedigt het nemen van risico’s en aangaan van riskante projecten, zoals fusies of overnames en staat een duurzame ontwikkeling van de onderneming in de weg. Vooral die Europese ondernemingen waar ingrijpende veranderingen nodig zijn om de concurrentie het hoofd te kunnen bieden, worden zo in hun groei bedreigd.