18 juni 2010

Nederlandse politiek en sociale media; een gedwongen huwelijk?

De verkiezingsuitslagen zijn bekend, het gonst van de verhalen over mogelijke coalities (en de onmogelijkheid daarvan). Hill+Knowlton Strategies blikt nog één keer terug op de afgelopen verkiezingscampagne. En dan vooral naar het gebruik van sociale media door politieke partijen en lijsttrekkers. In deze Highlights vindt u onze analyse. De conclusie geven we nu alvast: sociale media hebben deze keer het verschil niet gemaakt.
Sociale media draaien om les 1 van communiceren: praten én luisteren. Nog nooit was het zo makkelijk om met de kiezer daadwerkelijk de dialoog aan te gaan en te horen wat er speelt onder ‘het volk’. Van sociale media werd daarom gezegd dat het wel eens grote invloed kon hebben op de uitslag. Een voorbeeld was er al: Obama wist door middel van het slim inzetten van sociale netwerken als Facebook, diensten als Twitter, weblogs, fora en andere sociale media de steun (en niet te vergeten de dollars !) van miljoenen Amerikanen te winnen.


In Nederland is stemmen net als in de Verenigde Staten – maar in tegenstelling tot bijvoorbeeld België – niet verplicht. De sociale media zouden ook hier kunnen worden ingezet om kiezers te mobiliseren. Immers, zeker voor de ‘traditionele’ partijen is het algemene idee: hoe hoger de opkomst, hoe beter voor de uitslag.


Uitprobeerfase
De campagne van Obama was langdurig van aard en kende een sterke regie door ervaren professionals, waaronder Eric Schmidt, CEO van Google. In Nederland is dat anders: de meeste politieke partijen zetten digitale media wel in, maar gefragmenteerd en weinig gestructureerd. We bevinden ons nog duidelijk in het tijdperk van ‘uitproberen’. Het ontbreekt aan een duidelijke strategie.


Het gebruik van social media is arbeidsintensief. Bij deze media draait het namelijk om de interactie. Burgers verwachten bij politici met een weblog, forum of Hyves-profiel ook een antwoord op de vraag die ze stellen. Politieke partijen in Nederland lijken echter nog niet bereid om er écht veel tijd in te steken. Zij zenden veel, maar reageren nauwelijks.


Twitter speelde gedurende de televisiedebatten wel een belangrijke rol, met name omdat de organiserende omroepen Twitter als een soort real time peiling gebruikten. Enkele politici (Maxime Verhagen en Marianne Thieme duidelijk aan kop) discussieerden zelfs met hun volgers via Twitter. Maar de andere kant van de medaille laat zien dat er slechts weinig Twitterende Nederlanders geïnteresseerd zijn om de berichten van Twitterende politici te lezen, zodat daar nog een wereld te winnen is. Wellicht ook de reden waarom politici er nog weinig tijd voor vrijmaken. De kip en het ei.


De winnaars volgens Hill+Knowlton Strategies
Aan de hand van de social media-activiteiten van de politieke partijen kozen de adviseurs van Hill+Knowlton Strategies met een overweldigende meerderheid van 57 van de 150 digitale zetels D66 als winnaar van de digitale verkiezingen.


Communicatieadviseurs over de inzet van sociale media door D66: “De stijl van D66 vertoont een laag gimmickgehalte. En dat is een verademing na al het social media gedreutel van de anderen” en “met name vanwege de dagelijke persconferentie op twitter van ze. Dat vind ik een briljante toepassing van interactie.”


Het lijkt een virtuele groene coalitie te worden, want het CDA eindige op plaats twee (26 zetels). Zodoende halen deze twee partijen samen een duidelijke meerderheid.


En verder?
Last but not least rijst de vraag wat er gebeurt na de verkiezingen. Houden de politici dan op met het gebruik van sociale media? Het ligt voor de hand om digitale sociale media niet alleen te gebruiken tijdens verkiezingscampagnes, maar juist ook gedurende de regeerperiode om de interactie tussen politiek en burgers te versterken en te verbeteren. Pas dan kan je échte impact maken.


Wilt u meer weten? Neemt u dan contact op met Ingo Heijnen, managing director, ingo.heijnen@hkstrategies.com of met Jacqueline Heere, senior consultant Public Affairs, jacqueline.heere@hkstrategies.com