10 december 2013

Mensenrechten in de directiekamers

Op 10 december: internationale dag van de rechten van de mens.
Hét moment om na te gaan welke positie de rechten van de mens inmiddels hebben in het (internationale) bedrijfsleven.
Mensenrechten in de directiekamers
De gekende reflex van bedrijven bij het onderwerp rechten van de mens is de verwijzing naar de politiek als primair verantwoordelijke. Een staande praktijk. Is dat nog houdbaar?
 
In het afgelopen jaar is versterkt duidelijk geworden dat bedrijven door het publiek steeds vaker worden aangesproken op de omgang met mensenrechten zoals die van de rechten van het kind en kinderarbeid, privacy en rechten in de arbeidssfeer.
 
Er bestaan inmiddels rond de 100 mensenrechten (!). Meestal van oorsprong westerse rechten die vanaf de 17e eeuw zijn geformuleerd en in 1966 vastgelegd in Universele verklaring van de rechten van de mens en in 1976 van kracht. Bijna alle landen ondertekenden het verdrag. Niet allemaal ratificeerden. China bijvoorbeeld niet.


Het belang van mensenrechten in de arbeidssfeer blijkt uit de vele verschillende verdragen waar hier onder andere nadruk op wordt gelegd. In het Verdrag inzake economische, culturele en sociale rechten is in art. 7 vastgelegd dat een ieder recht heeft op een veilige en gezonde werkomgeving. In het Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten is in art. 8 het verbod op gedwongen arbeid vastgelegd. Art. 32 van het Verdrag voor de rechten van het kind bevat het verbod op kinderarbeid. Daarnaast zijn er verschillende verdragen gewijd aan mensenrechten in de arbeidssfeer, zoals het Verdrag inzake gedwongen of verplichte arbeid. Ook regionaal niveau zijn deze mensenrechten vastgelegd, zoals in het Europees Sociaal Handvest, waar het recht op werk, billijke arbeidsvoorwaarden en veilige, hygiënische arbeidsomstandigheden in is vastgelegd.
 
Wereldeconomie
De wereldeconomie wordt in toenemende mate bepaald door grote bedrijven. Deze hebben steeds vaker een omvang die groter is dan die van menige staat.
Zij maken daar in toenemende mate de dienst uit. Op het wereldtoneel gaan deze bedrijven zelfs meer invloed krijgen dan staten.
 
Dat is even wennen. Daar komt nog bij dat de wereldwijde werking van internet en de beschikbaarheid van informatie op grote schaal voor iedereen, de wereld ‘kleiner’ maakt en een transparantie oplevert die wereldwijd werkende bedrijven in de kaart speelt. Mits zij goed kunnen omgaan met deze informatie.
 
Directiekamers
De invloed van bedrijven op het wereldtoneel wordt dus steeds groter. En tegelijkertijd zien we dat de wijze waarop een bedrijf met de rechten van de mens omgaat steeds meer invloed heeft op beeld en reputatie van dat bedrijf en zo belandt in de directiekamers.
Slechte arbeidsomstandigheden in fabrieken van bedrijven of zelfs van leveranciers van bedrijven in verre landen worden het bedrijf toegerekend.
Dat is niet altijd terecht, bijvoorbeeld omdat een enkel incident nog niet betekent dat van een algehele verwaarlozing kan worden gesproken Er wordt ook vaak maar wat geroepen op internet.
 
Mensen rechten zullen meestal gekend worden als onderdeel van het ‘MVO beleid’ (Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen) en krijgt daarmee een plaats ergens in de organisatie. De vraag is of dat juist is. Schending van mensenrechten schaadt de reputatie van de onderneming en is daarom punt van aandacht voor het hoogste niveau in de onderneming. En wel zo dat met in achtneming van de rechten van de mens goede beslissingen worden genomen en internationaal initiatief kan worden ondernomen. Dan leidt een incident of een crisis niet tot reputatieschade maar tot reputatieverbetering.
 
Mensenrechten doorschuiven naar de politiek is dan niet meer aan de orde; handelen naar de rechten van de mens en de daarvoor benodigde maatregelen  nemen staat dan centraal.
 
Paul Kok
Strategy director
Hill+Knowlton Strategies