2 oktober 2014

Een range voor de betrokken aandeelhouder

Als gevolg van de economische crisis hebben veel bedrijven hun beleggers onaangenaam moeten verrassen met het loslaten van het geven van lange termijn verwachtingen.
Inmiddels lijkt er enig economisch herstel, op z’n minst wat stabiliteit. Dat roept automatisch weer de vraag op wat beursfondsen op de lange termijn aan hun aandeelhouders durven te beloven.  De absolute target in de outlook lijkt plaats te maken voor de wat meer voorzichtige range.


De financiële crisis sinds 2008 en de daarop volgende economische crisis hebben uiteraard hun sporen nagelaten bij de prestaties van bedrijven en de gevolgen voor hun beurskoers. Ik hoor verschillende meningen over de mate waarin beleggers hun fondsen ruimte hebben geboden voor herstel. De een zegt dat de meeste (institutionele) beleggers die loyaliteit zeker hebben kunnen opbrengen. Anderen wijzen op de veelvuldig voorgekomen uittocht. Waarschijnlijk is de waarheid dat dit erg verschilt per fonds en het type belegger.


Dat de loyaliteit van beleggers een hot topic is, mag ook blijken uit het feit dat de Europese Commissie eerder dit jaar een Directieve-voorstel deed voor lange termijn aandeelhouder-betrokkenheid. Kort gezegd komt het er op neer dat de governance van bedrijven moet worden verbeterd, zodat aandeelhouders zich langer kunnen committeren (De EC wil graag dat we daar lezen: “en dat mag dan ook van ze worden verwacht ook”). De EC gebruikt in de onderbouwing vooral het veel misbruikte woord “transparantie”. Ik wil er nu even niet verder over uitweiden, maar trouwe lezers weten waarschijnlijk wel dat ik van mening ben dat “transparantie” een verheerlijkt modebegrip is, waarmee verwachtingen worden gewekt waaraan geen enkel bedrijf kan en wil voldoen. Op zijn minst zou het woord “relevante” voor “transparantie” moeten staan, om aan te geven dat absolute openheid een onrealiseerbare utopie is. Maar daarover een andere keer meer.


Perspectief
Wat in de EC Directieve onderbelicht blijft, is dat voor betrokkenheid van de aandeelhouders op de langere termijn juist het perspectief dat de onderneming biedt van belang is. Serieuze beleggers begrijpen daarbij heus wel dat dit perspectief zich niet laat vangen door een paar cijfers die op de langere termijn worden gerealiseerd. Veel meer waarde kan worden gehecht aan een goede omschrijving van de kansen, risico’s en de ‘onderliggende business’ van het bedrijf heeft. En de regelmatige uitleg daarover. De EC benoemt dit in de Directieve als een noodzakelijke verbetering van “engagement”.


Spannend is het voor cyclische bedrijven die nog volop in herstel zitten en waar de rit naar boven nog niet is gestart. In welke mate en hoe lang bieden de aandeelhouders van zulke bedrijven de ruimte voor herstel? Dat zal dan toch echt afhangen van het perspectief dat de strategie, de eigen business en de sector bieden. De dringende behoefte aan een cijfermatige verwachting hoort daar zeker bij. Maar hoe moeilijk is het om, als je nog midden in je herstel zit – of daar net uit bent – je al vast te pinnen op een verwachting over drie tot vijf jaar? En hoe krijg je dat geloofwaardig voor de bühne?


Nog al wat bedrijven zagen zich de laatste jaren genoodzaakt om de (middel)lange outlook te laten varen, wat in sommige gevallen tot een dramatische koersval leidde. Dat wil je dan niet nog een keer mee maken. Maar de aandeelhouder heeft toch behoefte aan een duidelijk signaal waarmee hij zijn langdurige betrokkenheid kan valideren. Zeker naar zijn achterban (investeerders) toe. De oplossing lijkt te liggen in het gebruiken van een range die je kunt gebruiken om richting te geven aan omzet, winst en ratio’s. Daarmee wordt de druk weggehaald bij het realiseren van een absoluut getal. Een range, in combinatie met de permanente rapportage en uitleg over de genomen acties vanuit de strategie, zorgt voor een grotere betrokkenheid van aandeelhouders. Misschien nog een interessante toevoeging voor de Directieve van de EC?


Frans van der Grint is Financial+M&A Practice Director Europe bij Hill+Knowlton Strategies


Deze column is ook gepubliceerd in CFO Magazine, Q3 2014