15 juni 2017

Buitenlandse overnames: politiek kiest voor nationaal belang

Afgelopen voorjaar stelde minister Dijsselbloem (PvdA) tijdens de verkiezingscampagne dat Nederlandse bedrijven onvoldoende beschermd zijn tegen buitenlandse overnames. Op dat moment stonden 11 van de 25 grote Nederlandse beursgenoteerde bedrijven ‘in de uitverkoop’. Onder die bedrijven ook oer-Hollandse concerns als Unilever, PostNL en AkzoNobel. In Dijsselbloems optiek moeten bedrijven zich kunnen beschermen tegen ‘aasgieren en hyena's die klaarstaan je bedrijf kapot te maken'. Ook minister Henk Kamp (VVD) toonde zich vatbaar voor deze argumenten, en diende een voorstel in om bedrijven een jaar bedenktijd te geven gedurende een buitenlandse overname. Al snel volgde bijval van oud-CEO’s Jan Hommen (ING), Jeroen van der Veer (Shell) en Commissaris Peter Wakkie (Ahold, ABN-AMRO). Ook Hans Wijers (vm. CEO AkzoNobel), Peter Wennink (ASML), Sjoerd Vollebregt (vm. CEO Stork) en Hans de Boer (VNO-NCW) toonden zich voorstander.
Buitenlandse overnames: politiek kiest voor nationaal belang
Toch is er naast weerklank ook veel weerstand. De Vereniging Effectenbezitters (VEB) en belangenvereniging voor institutionele beleggers Eumedion vinden het voorstel overdreven en vrezen voor de gevolgen die de bedenktijd zal hebben voor het Nederlandse investeringsklimaat en de ‘Dutch discount’. Ook de zeggenschap van aandeelhouders wordt in hun optiek met dit voorstel gedecimeerd: in de periode van bedenktijd krijgt het bestuur van een bedrijf een vrijkaart om te doen wat het wil, zonder daarover verantwoording af te hoeven leggen, zo stellen zij.
Protectionisme lijkt na vele jaren geen vies woord meer te zijn in Den Haag en het geloof in de heilzame werking van de markt lijkt wat te vervagen. Staatsinmenging in het bedrijfsleven is daarmee niet langer traditioneel voorbehouden aan linkse partijen. De VVD toonde zich in de persoon van minister Henk Kamp voorstander van het ‘Rijnlandse model’ met waardecreatie op de lange termijn. Het CDA verklaarde bij monde van Sybrand Buma in de verkiezingscampagne dat grote bedrijven in cruciale sectoren van de Nederlandse economie, zoals voedings- en staalbedrijven, beter beschermd moeten worden. Jan Paternotte (D66) betoogt dat een jaar bedenktijd een bedrijf een betere kans geeft om de voor- en nadelen van een overname goed af te wegen en intensief overleg te voeren met de aandeelhouders over de voorgenomen keuzes. Daarmee volgt ook ‘het motorblok’ de gevoelens daarover in de samenleving.
De jaren dat Joop den Uyl overwoog om Philips te nationaliseren lijken ver achter ons te liggen. Toch klinkt anno 2017 de roep om ‘Hollands Glorie’ voor Nederland te behouden ook in Den Haag steeds duidelijker. De argumenten die worden gebruikt om de bedrijven te behouden gaan veelal over werkgelegenheid, ‘gezonde vaderlandsliefde’, de hoogstaande waarde van de Nederlandse R&D, de bijdrage die de bedrijven leveren aan de Nederlandse kenniseconomie en de duurzaamheidsdoelen waar deze bedrijven zich wereldwijd voor inzetten.
Tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer op 1 juni jl. kregen de verschillende experts uit het bedrijfsleven, hoogleraren, belangenverenigingen en Kamerleden de gelegenheid om met elkaar van gedachten te wisselen over buitenlandse overnames en het voorstel van Kamp. In alle discussies die worden gevoerd lijkt het daarin steeds op dezelfde vraag neer te komen: wie heeft het nu eigenlijk voor het zeggen binnen deze bedrijven? Het bestuur (Raad van Bestuur en Raad van Commissarissen), de politiek of de aandeelhouders?
Nu de verschillende meningen over het beschermen tegen overnames zijn gehoord, kan minister Kamp zijn voorstel definitief maken. Binnenkort zal de Kamer zich uitspreken over het voorstel.
Welke kant de munt op zal vallen is nog niet geheel duidelijk. Wij volgen voor u in Den Haag de ontwikkelingen in ieder geval op de voet!

Voor meer informatie :

Jack de Vries
Board Director, practice lead PA

email: jack.devries@hkstrategies.com