26 maart 2013

Alle kaarten op de sportbestuurder

Als de doorsnee sportbestuurder zelf al geen hogere doelen heeft gesteld, dan krijgt hij die wel van zijn omgeving of ‘stakeholders’ opgedrongen.
Alle kaarten op de sportbestuurder
Zoals door zijn eigen leden, als andere leden zichzelf niet in de hand hebben tijdens of na het spel. Of als er in zijn sport doping wordt gebruikt en/of wedstrijden worden 'gefixed'. Alle reden voor een pleidooi voor de volle aandacht van de professionele bestuurders voor de sportbestuurder en een oproep voor enkele maatregelen.


We kunnen sport en sportbeoefening nu wel benoemen als de belangrijkste activiteiten van de Nederlanders buiten de deur. Belangrijk niet alleen gezien de aantallen maar ook gezien de sociale dimensie van sport en sporten. Veel mensen halen grote voldoening uit hun vrijwilligerswerk, samen wedstrijden spelen, trainen en de gezelligheid na afloop van trainingen en wedstrijden. Omdat sport zo belangrijk is geworden voor zoveel mensen moeten we hier spreken van een sector waar het 'er om gaat' in de moderne samenleving. Het gaat om samenhang, normen en waarden, gezondheid, sociale vaardigheden, persoonlijke opvang, troost en uitlaatklep. Kortom sport moet goed doen.
 
Veel sportbestuurders gaan graag de uitdaging aan ‘als het er echt om gaat’. Sterker nog, bij het ontbreken van die factor is het een kwestie van op de winkel passen. En dat vinden ze saai.
 
De centrale vraag is evenwel of – als het erom gaat – de verantwoordelijkheid door de vrijwillige sportbestuurder wel gedragen kán worden. Het antwoord is: 'nee'. Maar de realiteit is nog steeds anders. Professionele bestuurders - zoals lagere en hogere overheid, toezichthouders, bonden - laten de miljoenen mensen die dagelijks sport beoefenen toch te veel aan lot over nu het er om gaat. De sport wordt nog steeds in handen van vrijwilligers gelegd en de overheid komt dat mooi uit. Lagere kosten immers. De overheid trekt zich steeds verder terug.
 
Daarom een pleidooi voor de volgende aandachtpunten voor sportbesturen:
 
1. Meer ruimte voor financiële ondersteuning van sportbestuurders van overheidswege; in extra inkomen of in forse aftrekposten bij de belastingaangifte.
 
2. Deelname van sportbestuurders aan bestaande professionele circuits zoals jeugdzorg, maatschappelijk werk, politie; deze taak zou binnen het sportbestuur belegd moeten worden. Gezien de beperkte tijd van de vrijwilligers zou het vooral om afspraken over informatie-uitwisseling moeten gaan.
 
3. Sponsors moeten zich er op instellen de sportbestuurder actief te ondersteunen met praktische kennis als professioneel bestuurders en als onderdeel van de sponsoring.
 
4. Meer lijn in de woordvoering bij crisissituaties waarbij de bond de sportbestuurder helpt. En niet pas als het incident daar is. Daarvoor al met een protocol en duidelijke afspraken voor bond, vereniging en sporters.
 
5. Introductiecursus voor nieuwe sportbestuurders, als ze beginnen en bijspijkercursussen gaandeweg. Georganiseerd door de bond.
 
6. Sportbestuurders cursussen laten volgen, gegeven door professionele bestuurders en adviseurs, betaald door overheid (want het
betaalt zich terug, als het goed is) en/of sponsors (idem).


Paul Kok (1956) is strategy director bij Hill+Knowlton Strategies en leader van de sportpractice. Hij was in 2009 en 2010 communicatiemanager bij The HollandBelgium Bid, de kandidatuur van Nederland en België voor het WK voetbal in 2018. Motto: 'Je moet schieten, anders kan je niet scoren'.


Dit artikel is ook gepubliceerd op www.SportKnowhowXL.nl, partner van Hill+Knowlton Strategies